Nieuwsbericht

Regio’s moeten grotere rol krijgen bij het uitstippelen van de Europese strategie voor de bio-economie

Op deze pagina

  • Landbouw, maritiem beleid en consumentenbeleid
  • Biodiversiteit
  • Milieu

Regio’s zien kansen om regionale waardeketens uit te bouwen, banen te creëren en lokale innovatie te stimuleren.

Het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) heeft tijdens de zitting van 14 oktober een advies goedgekeurd, opgesteld door Karl Vanlouwe (BE/EA). Daarin pleit het Comité voor een grotere rol voor lokale en regionale overheden bij het vormgeven en uitvoeren van de EU-strategie voor de bio-economie.

Het CvdR verwelkomt het voorstel van de Europese Commissie voor een herzien strategisch kader voor een concurrerende en duurzame bio-economie in de EU. Het benadrukt dat de sector enorme kansen biedt voor economische ontwikkeling en diversificatie voor boeren en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), evenals voor het creëren van hoogwaardige banen, met name op het platteland.

De bio-economie is in de EU nu al goed voor 17,1 miljoen banen en 863 miljard EUR aan toegevoegde waarde. Door fossiele grondstoffen te vervangen en de productiecapaciteit in de EU uit te breiden, kan de bio-economie ook bijdragen aan het verlagen van de uitstoot, het vergroten van de strategische autonomie van de EU en het versterken van de weerbaarheid tegen externe schokken, aldus het CvdR.

Lokale en regionale overheden spelen een sleutelrol bij de ontwikkeling van de bio-economie in de praktijk. Het CvdR vraagt daarom om hen structureel te betrekken bij het bestuur en de uitvoering van de strategie, bijvoorbeeld via toekomstige EU-coördinatieplatforms, investeringsfora en bestuursstructuren die verbonden zijn aan het Europees Fonds voor concurrentievermogen. Ook wordt gepleit voor eenvoudigere regelgeving en minder administratieve lasten voor kmo’s en regionale actoren.

Steden en regio’s zien de bio-economie daarnaast als een middel om lokale economieën te diversifiëren en regionale waardeketens op te bouwen, vooral in plattelands- en industriële regio’s. Het CvdR stelt daarom voor dat maatregelen rekening moeten houden met specifieke territoriale kenmerken en de plaatsgebonden aard van de waardeketens van de bio-economie. Ook pleit het Comité voor voortgezette steun aan regionale innovatiesystemen en regionale innovatievalleien (onder meer via Interreg), en voor succesvolle EU-initiatieven zoals de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” en het “Circular Cities and Regions Initiative”.

In het advies wordt ook opgeroepen tot marktgerichte maatregelen, onder meer via overheidsopdrachten, om de vraag naar biogebaseerde producten aan te jagen. Mogelijke maatregelen om hun concurrentiepositie te versterken, zijn onder meer voorstellen om het gebruik van biogebaseerde materialen in de bouw te stimuleren en materialen vaker te hergebruiken en recyclen. Ook zijn duidelijkere criteria nodig voor biogebaseerde bijproducten en om te bepalen wanneer afvalstoffen de einde-afvalfase bereiken en opnieuw als product of grondstof kunnen worden beschouwd. Het CvdR benadrukt dat er duidelijke kaders nodig zijn voor certificering en etikettering, met informatie over de levensduur en de milieu- en koolstofvoetafdruk van bouw- en textielproducten, zodat consumenten biogebaseerde materialen kunnen herkennen.

Citaat

Rapporteur Karl Vanlouwe (BE/EA), Vlaams Parlementslid: “Europa heeft de kennis, de regionale clusters en de ondernemers in huis om biogebaseerde innovaties om te zetten in succesvolle bedrijven. Toch lopen te veel start-ups vast bij het opschalen vanwege ingewikkelde en versnipperde regels. Door het gemakkelijker te maken om deze oplossingen naar de markt te brengen en door regionale waardeketens te versterken, kunnen we banen creëren en de strategische autonomie van Europa versterken.”

Achtergrond

  • Foto’s en video’s van de zitting.
  • De Europese Commissie heeft haar strategisch kader voor een concurrerende en duurzame bio-economie in de EU op 27 november 2025 gepubliceerd. Meer informatie.

Contactpersoon:

Hélène Dressen

Tel: +32 471502795

Helene.dressen@cor.europa.eu

Leden