Missionstatement
Wij ontplooien onze politieke activiteiten vanuit de overtuiging dat samenwerking tussen het Europese, nationale, regionale en lokale niveau onontbeerlijk is, willen we kunnen bouwen aan een Unie waarin de verschillende volkeren zich steeds meer verbonden en solidair voelen en waarin op een adequate manier kan worden omgegaan met de uitdagingen van de globalisering.
Hoe functioneert het CvdR?
Het CvdR bestaat uit 329 leden en 329 plaatsvervangers uit alle EU-landen. Elke nationale regering stelt regionale en lokale vertegenwoordigers (leden en plaatsvervangers) voor – de nationale delegaties. De CvdR-leden hebben een mandaatsperiode van vijf jaar, die ingaat op de datum van hun officiële benoeming door de Raad.
Zes vakcommissies, die uit leden bestaan en naar beleidsterrein gegroepeerd zijn, analyseren de wetgevingsteksten van de Europese Commissie en stellen adviezen op die vervolgens behandeld en goedgekeurd worden tijdens de zittingen van het CvdR.
Elke tweeënhalf jaar kiest de voltallige vergadering de CvdR-voorzitter en de eerste vicevoorzitter. De voorzitter vertegenwoordigt het Comité en leidt de werkzaamheden. Als de voorzitter afwezig of verhinderd is, wordt die vertegenwoordigd door de eerste vicevoorzitter of een van de andere vicevoorzitters.
Over welke wetgeving wordt er gedebatteerd?
De Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie moeten het CvdR raadplegen wanneer nieuwe voorstellen gedaan worden voor onderwerpen die doorwerken op regionaal of lokaal niveau: economische, sociale en territoriale samenhang, structuurfondsen, Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, Europees Sociaal Fonds, werkgelegenheid en sociale zaken, onderwijs, jongeren, beroepsopleiding, cultuur en sport, milieu, energie en klimaatverandering, transport, trans-Europese netwerken en volksgezondheid.
Daarbuiten mogen de Commissie, de Raad en het Europees Parlement het CvdR om advies vragen. Het CvdR keurt aanbevelingen voor wetsontwerpen van de EU goed en stelt ook nieuwe beleidsmaatregelen voor op basis van lokale en regionale ervaringen en expertise. Het kan ook nieuwe wetten voorstellen en nieuwe onderwerpen op de EU-agenda zetten.
De rol van het CvdR is erkend en versterkt in het Verdrag van Lissabon in 2009. Het CvdR moet geraadpleegd worden tijdens alle fases van het EU-wetgevingsproces en kan naar het Hof van Justitie stappen wanneer het van mening is dat bepaalde EU-wetgeving zijn institutionele rechten schendt of geen rekening houdt met nationale, regionale en lokale overheden. Daardoor zijn de betrekkingen tussen het CvdR en de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad versterkt.
Bevordering van overleg en grensoverschrijdende samenwerking
Het CvdR organiseert raadplegingen om input te krijgen van lokale en regionale overheden, deskundigen en andere belanghebbenden, zodat daarmee rekening kan worden gehouden in de adviezen waarin de CvdR-leden aanbevelingen doen voor EU-wetgeving.
Interregionale groepen zijn speciale belangengroepen die samenkomen om lokale/regionale vraagstukken en soms zelfs vraagstukken van grensoverschrijdende aard te bespreken.
Het CvdR coördineert ook een aantal netwerken om steden en regio's de mogelijkheid te bieden goede praktijken uit te wisselen, zowel op EU-niveau als daarbuiten. Twee voorbeelden die getuigen van de inspanningen van het CvdR op het gebied van EU-nabuurschapsbeleid zijn het Oostelijk Partnerschap (CORLEAP) en de Euromediterrane vergadering van lokale en regionale overheden (ARLEM).
Tot de werkzaamheden van het CvdR op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking behoren eveneens:
- de bijdrage aan de integratie van nieuwe lidstaten in de EU via de gemengde raadgevende comités en werkgroepen, waarin het CvdR samenwerkt met lokale en regionale vertegenwoordigers uit landen die lid van de EU willen worden;
- de samenwerking met de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Raad van Europa om de politieke dialoog met lokale en regionale overheden in de EU te versterken.
Monitoring, evaluatie en onderzoeksactiviteiten
Tot slot heeft het CvdR ook nog de volgende taken:
- waarborgen dat alle overheidsniveaus zich kunnen laten horen en dat de EU-wetgeving correct wordt uitgevoerd op lokaal en regionaal niveau;
- evaluatie van de potentiële concrete impact van EU-wetgevingsvoorstellen;
- bepleiten van decentralisering en nauwere samenwerking voor een doeltreffende beleidsvorming in de EU;
- aanvulling van zijn strategische planning met pogingen om te anticiperen op andere uitdagingen en kansen, wat op zijn beurt kan helpen bij de lopende besluitvorming.