Persbericht

De begroting voor het volgende EU-programma voor onderzoek en innovatie moet ambitieus en crisisbestendig zijn, zeggen de regio’s.

Automatische vertaling

Dit is een machinevertaling, zodat u een idee krijgt van de inhoud. Lees meer over ons taalbeleid.

Op deze pagina

  • Onderzoek, innovatie en digitalisering

Een grotere rol voor regio’s en steden die als cruciaal worden beschouwd voor het stimuleren van innovatie in de hele EU

De lokale en regionale leiders hebben op 7 mei opgeroepen tot een sterke en stabiele begroting en een centrale rol voor regio’s en steden om het succes van het volgende Horizon Europa-programma (2028-2034) te waarborgen.

De oproep kwam tijdens een zitting van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR), tijdens welke de EU-assemblee voor lokale en regionale politici gedetailleerde antwoorden gaf op een reeks voorstellen van de Europese Commissie in verband met de langetermijnbegroting van de EU (2028-2034).

In het advies van Anne Besnier (FR/PSE), vicevoorzitter van het Centre-Val de Loire, over de toekomst van EU-beleidsregio’s en -steden op het gebied van onderzoek en innovatie (R&I) wordt benadrukt dat de voorgestelde begroting voor het 10e kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (KP10) het minimum is dat nodig is om de ambities van de EU op het gebied van concurrentievermogen en cohesie te verwezenlijken, en wordt erop aangedrongen dat deze wordt beschermd tegen herschikking in tijden van crisis. Zij benadrukten dat onderzoek en innovatie vooral de levenskwaliteit van mensen moeten verbeteren en tegelijkertijd overheidsdiensten en eerlijke transities moeten ondersteunen.

Lokale en regionale leiders benadrukten dat regionale en lokale innovatie-ecosystemen de kern vormen van innovatie in de EU. Zij benadrukten dat regio’s en steden een cruciale rol spelen bij het opbouwen van de wetenschappelijke en technologische excellentie van de EU door de voorwaarden te scheppen om kennis te ontwikkelen, te produceren en te delen. Daarom wordt in het advies gepleit voor betrokkenheid van lokale en regionale overheden bij de governance, uitvoering en monitoring van het programma als middel om het innovatiepotentieel van Europa te ontsluiten.

In het advies wordt gepleit voor een betere integratie van regionale innovatie-ecosystemen en wordt opgeroepen tot een grotere deelname van regio’s en steden aan belangrijke instrumenten zoals regionale innovatievalleien en EU-missies. Deze initiatieven zijn van essentieel belang gebleken voor het bevorderen van samenwerking tussen innovatie-ecosystemen — waarbij universiteiten, onderzoeksorganisaties, bedrijven, overheden en de samenleving worden samengebracht — en het stimuleren van plaatsgebonden innovatie. Zij drong ook aan op nauwere banden tussen Horizon Europa en strategieën voor slimme specialisatie (S3/S4), om het effect ervan te vergroten.

Regio’s en steden uitten hun bezorgdheid over de nationale aanpak van het subprogramma “Verbreding van de deelname en verspreiding van topkwaliteit”, dat bedoeld is om regio’s beter in staat te stellen deel te nemen aan transnationale onderzoeks- en innovatieprocessen. Zij waarschuwden dat een nationale aanpak de innovatiekloof tussen meer en minder geavanceerde regio’s dreigt te vergroten. Zij benadrukten dat inspanningen om de participatie te vergroten en excellentie te verspreiden ook op regionaal niveau moeten worden aangepakt, binnen innovatie-ecosystemen. Zij stelden voor instrumenten zoals het scorebord voor regionale innovatie te gebruiken om de steun beter af te stemmen op de specifieke behoeften en capaciteiten van regio’s en steden.

De CvdR-leden pleitten voor synergieën tussen KP10, nationale en regionale partnerschapsplannen en het Europees Fonds voor concurrentievermogen. Dit zou projecten in staat stellen doeltreffender op te schalen en betere resultaten te boeken in alle regio’s. Zij benadrukten ook dat steden en regio’s een centrale rol moeten spelen bij het beheer van deze partnerschappen om ervoor te zorgen dat investeringen het concurrentievermogen stimuleren en tegelijkertijd de territoriale en sociale cohesie bevorderen, ten goede komen aan alle regio’s en concentratie vermijden in gebieden die al goed presteren.

Tot slot waren lokale en regionale leiders een groot voorstander van de invoering van een Europese onderzoeksstatus om de mobiliteit, intercollegiale erkenning en sociale bescherming voor onderzoekers in de hele EU te verbeteren. Zij benadrukten dat dit de aantrekkelijkheid van Europa voor mondiaal talent zou vergroten en de buitensporige concentratie van excellentie in een beperkt aantal regio’s zou helpen voorkomen.

Citaat

Rapporteur Anne Besnier (FR/PSE), vicevoorzitter van het Centre-Val de Loire: “Onderzoek en innovatie zijn geen abstracte Europese ambities – ze krijgen vorm in onze steden en regio’s, waar ecosystemen worden gebouwd, talent wordt ondersteund en oplossingen het dagelijks leven van mensen verbeteren. Het voorgestelde budget van 175 miljard euro voor KP10 is het minimum dat nodig is om de soevereiniteit, het concurrentievermogen en de cohesie van Europa te versterken. Maar afgezien van de cijfers is dit een politieke keuze: investeren in onderzoek en innovatie betekent investeren in een eerlijke transitie, sterke overheidsdiensten en een innovatiemodel waarbij geen enkel gebied aan zijn lot wordt overgelaten.”

Achtergrond

Contactpersoon:

Ângela Machado

Tel.: +32 475413158

Angela.machado@cor.europa.eu

Leden