Persbericht

EU-mechanisme voor civiele bescherming: regio’s en steden pleiten voor een grotere rol

Automatische vertaling

Dit is een machinevertaling, zodat u een idee krijgt van de inhoud. Lees meer over ons taalbeleid.

Op deze pagina

  • Landbouw, maritiem beleid en consumentenbeleid
  • Rampenpreventie

De toenemende frequentie van natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, van overstromingen en bosbranden tot noodsituaties op gezondheidsgebied en geopolitieke dreigingen, toont aan dat de steden en regio’s een stem moeten krijgen als eerstehulpverleners, aldus leden van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) op 2 juli.

In een tijdens zijn zitting goedgekeurd advies over de herziening van het Uniemechanisme voor civiele bescherming (UCPM) benadrukte het CvdR dat lokale en regionale overheden volledig moeten worden betrokken bij alle fasen van rampenbeheersing. 

Hoewel de lidstaten in de eerste plaats verantwoordelijk blijven voor civiele bescherming, wordt in het advies, dat is opgesteld door Adam Banaszak (PL/EA), lid van de districtsraad van Inowrocław, benadrukt dat maatschappelijke paraatheid en hulpverlening vaak worden uitgevoerd door lokale en regionale overheden, en niet door centrale overheden. Het CvdR dringt er daarom op aan dat steden en regio’s volledig worden betrokken bij rampenrisicobeoordelingen op zowel nationaal als subnationaal niveau, zodat in de plannen beter rekening wordt gehouden met de realiteit ter plaatse.

Het CvdR is ingenomen met het voorstel van de Europese Commissie om het Uniemechanisme voor civiele bescherming te versterken door middel van een sectoroverschrijdende en alle risico’s omvattende aanpak. Het benadrukt echter dat de rescEU-capaciteit strategisch moet worden verdeeld, gezien de diversiteit van de regio’s en hun nabijheid tot de specifieke risico’s, om een snelle en doeltreffende respons te waarborgen.

De CvdR-leden waarschuwen er ook voor dat de voorgestelde begroting mogelijk niet toereikend is. Zij pleiten voor specifieke financiering voor lokale overheden die betrouwbaar, toegankelijk en beschermd is tegen omleiding naar elders. In het advies wordt ook gepleit voor uitbreiding van de maatregelen voor civiele bescherming tot chemische, biologische, radiologische en nucleaire dreigingen, verstoringen van kritieke infrastructuur en grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen. Ook wordt gepleit voor een betere coördinatie met het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties en een grotere erkenning van vrijwilligers.

Daarnaast wordt in het advies gesteld dat de aanpassing aan de klimaatverandering moet worden geïntegreerd in de civiele bescherming, waarbij het in kaart brengen van de sociale kwetsbaarheid verplicht moet worden gesteld om adequate steun voor risicogroepen te waarborgen. Tot slot onderstrepen lokale en regionale leiders de noodzaak van diepgaander onderzoek naar rampenpreventie en van nieuwe instrumenten om de oorzaken van rampen aan te pakken en de gevolgen ervan te beperken, op basis van wetenschappelijke gegevens en ervaringen die tussen regio’s worden gedeeld.

In het advies wordt duidelijk gewezen op het belang van de erkenning van diverse territoriale contexten – zoals ultraperifere, insulaire, grens- en aan oorlog grenzende regio’s – en wordt opgeroepen tot voldoende flexibiliteit in de doelstellingen van de Unie inzake rampbestendigheid om ervoor te zorgen dat deze doeltreffend aansluiten bij de regionale en lokale realiteit.

Citaat:

Rapporteur Adam Banaszak (PL/EA), lid van de districtsraad van Inowrocław: “De Europeanen verwachten terecht dat de Europese Unie een grotere rol speelt bij de bescherming tegen de toenemende risico’s van klimaatverandering, natuurrampen en een steeds complexere geopolitieke omgeving. De opbouw van een veerkrachtiger Europa begint op lokaal niveau. Lokale en regionale overheden moeten ten volle worden betrokken bij het vormgeven van veerkrachtstrategieën en rechtstreeks toegang hebben tot EU-financiering om paraatheid om te zetten in concrete maatregelen voor onze gemeenschappen.”

Achtergrond:

  • Foto's en video's van de zitting.
  • Volg het account van de persdienst op X.
  • Het goedgekeurde advies maakt deel uit van een reeks van 20 adviezen waarover het CvdR werkt aan de beoordeling van specifieke aspecten en verordeningen van de volgende langetermijnbegroting van de EU (2028-2034): bekijk de routekaart van de adviezen.
  • Het mechanisme heeft tot doel de samenwerking op het gebied van civiele bescherming tussen de EU-landen en tien andere deelnemende landen te versterken: Albanië, Bosnië en Herzegovina, IJsland, Moldavië, Montenegro, Noord-Macedonië, Noorwegen, Servië, Turkije en Oekraïne. Elk land dat door een ramp is getroffen, in Europa en daarbuiten, kan via het mechanisme om noodhulp verzoeken. Het Uniemechanisme voor civiele bescherming is alleen al in 2025 64 keer geactiveerd als reactie op conflicten in Oekraïne en het Midden-Oosten, bosbranden in Griekenland, Spanje, Bulgarije, Montenegro en Albanië of de orkaan in het Caribisch gebied. Sinds de oprichting in 2001 is het mechanisme meer dan 830 keer geactiveerd.

Contactpersoon:

Naam: Ondřej Chlup

Tel.: +32 228 220 79

Ondrej.Chlup@cor.europa.eu

Leden