Persbericht

Regio’s en steden pleiten voor meer investeringen om vervoersarmoede aan te pakken

Automatische vertaling

Dit is een machinevertaling, zodat u een idee krijgt van de inhoud. Lees meer over ons taalbeleid.

Op deze pagina

  • Vervoer
  • Vervoerbeleid
  • Public transport

Lokale en regionale leiders spraken zich tijdens de zitting van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) op 10 december sterk uit tegen de centralisatie van de financiering van het cohesiebeleid in de volgende EU-begroting. Zij waarschuwden dat een verzwakking van de toegang van regio’s en steden tot financiering de regionale capaciteit om vervoersarmoede doeltreffend te bestrijden zou verminderen, de territoriale ongelijkheden zou vergroten en het concurrentievermogen van Europa zou ondermijnen.

In een advies van Patrik Schwarcz-Kiefer (HU/EVP), lid van de districtsraad van Baranya Vármegye, benadrukten de CvdR-leden dat de vervoersarmoede in de hele EU toeneemt, met name in achtergestelde stedelijke en plattelandsgebieden met beperkt openbaar vervoer, slechte connectiviteit en een hoge autoafhankelijkheid. Kwetsbare groepen, waaronder vrouwen, eenoudergezinnen, jongeren en ouderen, mensen met een handicap en groepen met een laag inkomen, ondervinden vaak meer belemmeringen bij de toegang tot mobiliteit. Zij benadrukten de cruciale rol van connectiviteit voor de economische, sociale en territoriale cohesie van de EU en dat bezuinigingen op overheidsbegrotingen hebben geleid tot een toenemend tekort aan toegankelijk en betaalbaar vervoer dat de ongelijkheden op de eengemaakte markt versterkt. Ze riepen op tot gerichte, plaatsgebonden oplossingen die zijn afgestemd op deze realiteit.

Regio’s en steden benadrukten de cruciale rol van door de overheid gefinancierd openbaar vervoer bij het verbeteren van de toegankelijkheid en het verminderen van ongelijkheden op het gebied van mobiliteit. Zij verklaarden dat lokale en regionale overheden aanzienlijke inspanningen hebben geleverd om de decarbonisatiedoelstellingen van de EU te ondersteunen en de mobiliteit te verbeteren, maar tientallen jaren van onderfinanciering in de vervoerssector en stijgende operationele kosten dwingen hen om moeilijke keuzes te maken tussen het behoud van essentiële openbaarvervoersdiensten en investeringen in schonere vloten. Het CvdR pleitte daarom voor meer EU-steun voor de mobiliteitstransitie op lokaal en regionaal niveau met een geleidelijke, plaatsgebonden en technologisch neutrale aanpak die kwetsbare groepen beschermt en de territoriale realiteit weerspiegelt.

CvdR-leden verklaarden dat het cohesiebeleid een essentiële bron van steun is voor lokale en regionale overheden, aangezien zij streven naar doeltreffende mobiliteitsoplossingen die zijn toegesneden op de lokale behoeften. Het garandeert een multilevel governance-aanpak en voorspelbare financiering, waardoor zowel snelle lokale investeringen – in kleinschalige verbeteringen, bijvoorbeeld aan trottoirs en bushaltes – als langetermijnmobiliteitsstrategieën mogelijk zijn. Zij waarschuwden dat het centraliseren van het cohesiebeleid het vermogen van regio’s zou ondermijnen om gerichte langetermijnoplossingen voor vervoersarmoede te bieden. Het CvdR dringt er daarom op aan dat de regio’s in het volgende MFK stabiele toegang tot financiering krijgen en rechtstreeks worden betrokken bij het ontwerpen van mobiliteitsstrategieën die zijn toegesneden op de lokale behoeften.

Naast het cohesiebeleid benadrukten de lokale en regionale leiders dat de nieuwe middelen die in het kader van het sociaal klimaatfonds beschikbaar worden gesteld, ervoor kunnen zorgen dat de last van de groene transitie niet onevenredig zwaar op de meest kansarmen drukt. Zij riepen op tot de volledige betrokkenheid van lokale en regionale overheden bij de lopende voorbereiding van nationale “sociale klimaatplannen”, zoals vereist door de verordening inzake het sociaal klimaatfonds, en wezen erop dat verschillende EU-lidstaten hun plannen nog niet hebben ingediend. Zij bevalen de lidstaten aan gebruik te maken van de optie om maximaal 15 % van hun middelen uit het sociaal klimaatfonds over te hevelen naar het cohesiebeleid, dat een kant-en-klaar uitvoeringskader biedt en kan helpen om lokale investeringen te versnellen om vervoersarmoede aan te pakken en maatregelen te ontwikkelen die op korte termijn tastbare voordelen op het terrein opleveren en de langetermijndoelstellingen versterken.

Tot slot dringt het CvdR er in het kader van de bestrijding van vervoersarmoede op aan dat in de EU-regels wordt erkend dat er maatregelen nodig zijn om de heropening van lokale en regionale spoorlijnen te vergemakkelijken en om de exploitatie van andere soorten openbaarvervoersdiensten aan te moedigen, met name in minder dichtbevolkte grensoverschrijdende gebieden, waar vaak te weinig diensten worden verleend en die vaak enkele kilometers van de nationale grenzen binnen de gemeenschappelijke Europese vervoersruimte eindigen. Zij benadrukten ook de essentiële complementaire rol van auto’s in veel gebieden en de noodzaak van begeleidende maatregelen om de overgang van oude, vervuilende voertuigen naar schonere voertuigen te ondersteunen en eerlijke en duurzame mobiliteit in alle EU-regio’s en voor alle burgers te waarborgen.

Citaat:

Rapporteur Patrik Schwarcz-Kiefer (HU/EVP), lid van de districtsraad van Baranya Vármegye: "Vervoersarmoede is een complex verschijnsel dat nauw samenhangt met andere vormen van deprivatie. In het door het CvdR goedgekeurde advies wordt ingespeeld op deze situatie en wordt gepleit voor investeringen die de dienstverlening ter plaatse snel verbeteren om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare mensen en gezinnen niet de prijs van de groene transitie hoeven te betalen. Er worden maatregelen voorgesteld voor zowel particulier als openbaar vervoer om de toegang tot essentiële diensten te verbeteren. Bij alle beslissingen moeten technologische neutraliteit en kosteneffectiviteit leidende beginselen blijven."

Achtergrond

Contact

Alternates