Slovakia
Juraj DROBA
Lid
Chairman of the Bratislava self-governing Region
Investeringen ter verbetering van de militaire mobiliteit moeten ook ten goede komen aan regio’s en burgers.
Regio’s en steden hebben opgeroepen tot een grotere rol in de volgende Connecting Europe Facility (2028-2034) om ervoor te zorgen dat investeringen in infrastructuur doeltreffend worden uitgevoerd en beter worden afgestemd op de regionale behoeften.
In aanbevelingen die tijdens een zitting van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) op 7 mei zijn goedgekeurd, benadrukten zij ook dat meer investeringen in militaire mobiliteit duidelijke voordelen moeten opleveren voor zowel de regionale connectiviteit als de burgers.
In het kader van het debat over de langetermijnbegroting van de EU (2028-2034) hebben regio’s en steden een advies goedgekeurd dat is opgesteld door Juraj Droba (SK/ECR), voorzitter van de autonome regio Bratislava, waarin zij ingenomen zijn met de voortzetting van de Connecting Europe Facility (CEF) na 2027 en de voorgestelde verhoging van de begroting. Het extra geld is volgens hen nodig om de trans-Europese vervoers- (TEN-T) en energienetwerken (TEN-E) te helpen voltooien en ook om grensoverschrijdende regionale ontwikkeling, duurzame mobiliteit, concurrentievermogen en de interne markt van de EU te stimuleren. Zij waarschuwden echter dat de huidige investeringsbehoeften in de Europese vervoersinfrastructuur veel groter zijn dan de beschikbare financiering.
Regio’s en steden benadrukten dat de meeste TEN-T- en TEN-E-projecten op territoriaal niveau worden uitgevoerd en dat lokale en regionale overheden een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van de afstemming van projecten op de lokale realiteit. Zij riepen op om de lokale en regionale overheden bij de hele programmacyclus te betrekken, van planning en projectselectie tot uitvoering, governance en evaluatie. Het CvdR verzocht ook om de status van waarnemer in de CEF-comités om ervoor te zorgen dat multilevel governance en territoriale cohesie volledig tot uiting komen, waarbij het opmerkt dat vergunningen, planning en infrastructuurcoördinatie lokaal worden afgehandeld en dat deze rechtstreeks van invloed zijn op de uitvoering van projecten.
De CvdR-leden benadrukten dat de tenuitvoerlegging van de CEF de doelstellingen van de EU op het gebied van economische, sociale en territoriale cohesie niet mag ondermijnen. Om dit te bereiken, moeten investeringen in infrastructuur de territoriale kenmerken — zoals afgelegen ligging, bevolkingssparsiteit en toegankelijkheidsbeperkingen — beter weerspiegelen in gunningscriteria, waardoor een eerlijke deelname van regio’s met geografische beperkingen wordt gewaarborgd.
Lokale en regionale leiders steunden de nadruk op grensoverschrijdende infrastructuurprojecten, maar benadrukten dat projecten die “ontbrekende schakels” in afzonderlijke landen vullen, ook moeten worden erkend als projecten met een Europese meerwaarde. Zij betreurden ook ten zeerste het ontbreken van stedelijke knooppunten als specifieke doelstelling, aangezien knelpunten in grootstedelijke gebieden een doeltreffende werking van de TEN-T-corridors in de weg staan.
Het CvdR steunt de grotere nadruk op militaire mobiliteit. Het benadrukte echter dat investeringen in tweeërlei gebruik duidelijke civiele nevenvoordelen moeten opleveren, met name voor regionale connectiviteit en veerkracht, territoriaal evenwichtig moeten blijven en geen middelen mogen onttrekken aan cohesiedoelstellingen. Aangezien de lokale en regionale overheden verantwoordelijk zijn voor vergunningen en ruimtelijke ordening, verklaarden de leden dat zij betrokken moeten worden bij de planning van infrastructuur voor tweeërlei ‑gebruik (zoals havens, luchthavens, wegen en bruggen), om een evenwicht te vinden tussen veiligheidseisen en de realiteit van de uitvoering.
In het advies wordt gepleit voor een versterkte en doelgerichte CEF in de volgende langetermijnbegroting van de EU (2028-2034), waarbij wordt gezorgd voor doeltreffende complementariteit met nationale en regionale partnerschapsplannen en met het cohesiebeleid, in plaats van ermee te concurreren.
Citaten
Rapporteur Juraj Droba (SK/ECR), voorzitter van de autonome regio Bratislava: “De aanzienlijke verhoging van de CEF-begroting tot 81 miljard EUR is een zeer welkome stap voorwaarts en helpt de TEN-T-netwerken te voltooien en onze veerkracht te versterken door middel van infrastructuur voor tweeërlei gebruik. Door rekening te houden met specifieke territoriale kenmerken en regio’s en steden erbij te betrekken, kunnen we ervoor zorgen dat het programma in de praktijk met succes wordt uitgevoerd, waardoor een meer verbonden en concurrerend Europa wordt bevorderd.”
Antonella Sberna (ECR/IT), lid van het Europees Parlement, en rapporteur voor advies van de Connecting Europe Facility 2028-2034: “In de REGI-commissie hebben we benadrukt dat een project Europese waarde heeft, zelfs als het een nationaal knelpunt oplost. Het is niet voldoende om een grote corridor te financieren als de toegang tot havens onbedekt blijft. Het is niet voldoende om een TEN-T-netwerk te ontwerpen als er geen verbinding is met het achterland. Het is niet voldoende om over een interne markt te praten als sommige regio's geïsoleerd of moeilijk te bereiken blijven. Terwijl wij aan het advies van de Commissie regionale ontwikkeling werkten, hebben wij geprobeerd één ding te doen: de stem van regio’s, steden en lokale gemeenschappen in de CEF te brengen.”
Achtergrond
Contactpersoon:
Ângela Machado
Tel.: +32 475413158
Slovakia
Lid
Chairman of the Bratislava self-governing Region