Wioletta Wojewodska
Wioletta.Wojewodska@cor.europa.eu
Aan de vooravond van de Internationale Vrouwendag benadrukten de voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR), Kata Tüttő, en de voorzitter van de CvdR-commissie Sociaal Beleid, Onderwijs, Werkgelegenheid, Onderzoek en Cultuur (SEDEC), Heike Raab, dat de inspanningen ter bestrijding van ongelijkheid tussen vrouwen en mannen moeten worden opgevoerd en betreuren zij het dat in de routekaart voor vrouwenrechten die de Europese Commissie op 7 maart heeft gepresenteerd, voorbij wordt gegaan aan het cruciale belang van het werk dat lokale en regionale leiders ter plaatse verrichten om gelijke kansen te waarborgen.
Kata Tüttő,voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s: "Internationale Vrouwendag is een oproep tot actie en geen viering. Gendergelijkheid is een pijler van de Europese democratie, maar vrouwen blijven ondervertegenwoordigd in de politiek. Het Europees Comité van de Regio’s heeft met zijn actieplan voor gendergelijkheid een stap voorwaarts gezet, maar er moet meer worden gedaan. Wij roepen de lidstaten op te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging en meer vrouwen in staat te stellen het voortouw te nemen op lokaal en regionaal niveau. Programma's zoals het Young Elected Politicians-netwerk zijn de sleutel tot het inspireren en ondersteunen van de volgende generatie vrouwelijke leiders. Als regionale en lokale leiders dragen we elke dag bij aan het verbeteren van gendergelijkheid in belangrijke sectoren zoals gezondheid, onderwijs, werkomgeving en cultuur. Hoewel de onlangs gepresenteerde routekaart voor de rechten van de vrouw grotendeels ingaat op de rol van de nationale actoren, met een gebrek aan bewustzijn van het belang van het lokale niveau in dit streven, zullen we ons blijven inspannen om ervoor te zorgen dat de inspanningen van de EU afhankelijk zijn van de volledige mobilisatie van alle bestuursniveaus. Wanneer vrouwen en meisjes gedijen, bloeien gemeenschappen, versterkt leiderschap en gaat de samenleving vooruit.
De voorzitter van de commissie Sociaal Beleid, Onderwijs, Werkgelegenheid, Onderzoek en Cultuur (SEDEC) Heike Raab (DE/PSE), staatssecretaris voor Europa en Media van Rijnland-Palts: "Op Internationale Vrouwendag is het voor mij als voorzitter van de commissie SEDEC belangrijk dat we de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen krachtig blijven bestrijden. Elke vrouw en elk meisje moet gelijke kansen hebben, ongeacht hun achtergrond. Toegang tot onderwijs, werkgelegenheid en sociale participatie moet voor iedereen toegankelijk zijn. Alleen op die manier kunnen we een echt inclusief en eerlijk Europa zonder belemmeringen tot stand brengen. In 2025 moet er een einde komen aan discriminatie op grond van geslacht. De EU-routekaart voor vrouwenrechten is een belangrijke stap. Hiermee zetten we de koers uit om van gendergelijkheid een kernbeginsel van al het EU-beleid te maken – van economische ontwikkeling tot gezondheidszorg en politieke vertegenwoordiging.”
Achtergrond
De Europese Commissie heeft op 7 maart deEU-routekaart voor vrouwenrechten en de beginselverklaring voor een gendergelijke samenleving bekendgemaakt, die tot doel hebben de gendergelijkheid in de hele Unie te versterken. Het volgt de toezeggingen van de strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 en sluit aan bij bredere EU-beginselen, waaronder de Europese pijler van sociale rechten en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (doelstelling 5), waarbij de geboekte vooruitgang wordt erkend, maar hardnekkige uitdagingen, zoals gendergerelateerd geweld, de loonkloof en ondervertegenwoordiging in leidinggevende functies, worden erkend.
Sinds 2019 heeft de EU bindende maatregelen genomen om de beginselen van gelijke beloning voor gelijk werk, genderevenwichtige raden van bestuur, het evenwicht tussen werk en privéleven, bindende normen voor organen voor gelijke behandeling en de bestrijding van geweld tegen vrouwen te versterken. De EU-index voor gendergelijkheid vertoont echter nog steeds aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten, waarbij Zweden het hoogst scoort (82) en Roemenië het laagst (58), terwijl acht lidstaten (Tsjechië, Estland, Kroatië, Letland, Hongarije, Polen, Roemenië en Slowakije) verder achterlopen op de rest van Europa op de weg naar gendergelijkheid.
De EU-strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 – die tegen het einde van dit jaar moet worden herzien – bevat een visie, beleidsdoelstellingen en acties om vooruitgang te boeken op het gebied van gendergelijkheid in Europa, zodat zowel vrouwen als mannen gelijke kansen hebben en in gelijke mate kunnen deelnemen aan en het voortouw kunnen nemen in de samenleving. In de strategie wordt gestreefd naar een tweeledige aanpak van gendermainstreaming in combinatie met gerichte acties. De belangrijkste doelstellingen zijn: het dichten van de genderkloven op de arbeidsmarkt en de loon-, pensioen- en zorgkloof tussen mannen en vrouwen; het bereiken van gelijke participatie in verschillende sectoren van de economie; genderstereotypen aan de kaak te stellen; een einde maken aan gendergerelateerd geweld; en het aanpakken van de genderkloof in de besluitvorming en in de politiek.
Het CvdR heeft in zijnadvies over dit onderwerp zijn volledige steun uitgesproken voor de strategieen een specifiek advies uitgebracht over hetstoppen van gendergerelateerd geweld. In 2023 keurde het CvdR-bureau zijn actieplan voor gendergelijkheid goed, waarin het zich ertoe verbond de gendergelijkheid in de werking van het CvdR en onder zijn leden te verbeteren, en wees het een speciale rapporteur van het bureau aan om toezicht te houden op de uitvoering ervan.
Wioletta.Wojewodska@cor.europa.eu
Germany
Lid
State Secretary, Rhineland Palatinate State Government
Hungary
Lid
Member of the General Assembly of Budapest Capital