Persbericht

Onderzoek en innovatie: regio's willen dat het volgende kaderprogramma afhankelijk is van meer financiering en een sterkere lokale dimensie

Automatische vertaling

Dit is een machinevertaling, zodat u een idee krijgt van de inhoud. Lees meer over ons taalbeleid.

Op deze pagina

  • Onderzoek, innovatie en digitalisering
  • SEDEC (Commission for Social Policy, Education, Employment and Culture)
  • Plenary

Lokale en regionale leiders hebben opgeroepen tot een ambitieuzere en stabielere begroting voor het nieuwe EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (KP10), dat gepland staat voor 2028-2035, om ervoor te zorgen dat de Unie een voortrekkersrol blijft spelen op het gebied van innovatie. Tijdens de zitting van het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) op 9 oktober hebben zij ervoor gepleit om in het kader van KP10 prioriteit te geven aan lokale innovatie-ecosystemen en de synergieën met de cohesiefondsen te versterken als middel om te zorgen voor een eerlijke verdeling van innovatie-investeringen tussen de Europese regio’s.

Met het begin van de besprekingen over KP10 en een maand nadat in het Draghi-verslag werd gewezen op onderzoek en innovatie (R&I) als de sleutel tot het concurrentievermogen van de Unie, heeft het CvdR in een advies van Anne Besnier (FR/PSE), vicevoorzitter van de regio Centre-Val de Loire, een reeks aanbevelingen voor het toekomstige O&I-beleid van de EU goedgekeurd, dat in 2028 in werking zal treden en zeven jaar zal duren. Het CvdR is het eerste EU-orgaan dat een standpunt inneemt over het volgende kaderprogramma.   

Regio's en steden verdedigden een aanzienlijke verhoging van de begroting van het tiende kaderprogramma en wezen erop dat de financiering van alle in aanmerking komende projecten voor de huidige programmeringsfase een verhoging van de begroting voor Horizon 2020 met 25 miljard EUR per jaar zou vergen. Zij drongen er bij de lidstaten op aan hun toezegging na te komen om 3 % van hun bbp toe te wijzen aan onderzoek en ontwikkeling en voerden aan dat de volgende begroting moet worden beschermd tegen bezuinigingen en herschikkingen.   

KP10 moet synergieën tussen de Europese fondsen bevorderen, met name met het cohesiebeleid, om te zorgen voor een evenwichtigere ontwikkeling tussen de regio's, aldus de CvdR-leden. Zij voerden aan dat het toekomstige meerjarig financieel kader van de EU moet voorzien in een meerjarige O&O&I-programmering die verschillende financieringsbronnen combineert om de middelen te optimaliseren. Zij pleitten ook voor meer flexibiliteit in de uitvoeringsregels, zodat uniforme regels kunnen worden toegepast op projecten die uit verschillende bronnen worden gefinancierd.   

Een plaatsgebonden aanpak in het volgende KP is van cruciaal belang voor de versterking van de Europese Onderzoeksruimte, aldus het advies. Het benadrukt dat het vergroten van de deelname van regio’s die minder ver gevorderd zijn op het gebied van O&O;I – met inbegrip van eilanden, ultraperifere en berggebieden – van cruciaal belang is voor de inspanningen van de Unie om haar economische en wetenschappelijke concurrentievermogen te vergroten en tegelijkertijd de territoriale cohesie te bevorderen. Naast maatregelen ter ondersteuning van capaciteitsopbouw en technische bijstand aan dergelijke regio's wordt in het advies aanbevolen het Europees scorebord voor regionale innovatie te gebruiken om hun deelname te vergroten.    

Het CvdR dringt erop aan dat het volgende KP beter wordt gekoppeld aan strategieën voor slimme specialisatie, die een krachtige aanjager van regionale en lokale innovatie zijn gebleken. Hij verwelkomde ook de nieuwe Europese innovatieagenda en de regionale innovatievalleien als doeltreffende instrumenten om een plaatsgebonden benadering van innovatie te bevorderen.   

Tot slot benadrukten de lokale en regionale leiders dat het voor het welslagen van KP10 van essentieel belang is de actieve deelname van burgers aan de uitvoering ervan te versterken, met gemeenten en regio’s als strategische partners om de benutting van de resultaten te vergemakkelijken. Zij stelden voor om in samenwerking met steden en regio’s nieuwe maatregelen te testen die zijn geïnspireerd op het Nieuw Europees Bauhaus-labvouchersysteem.    

Citaat:  

Rapporteur Anne Besnier (FR/PSE), ondervoorzitter van de regio Centre-Val de Loire: "De doelstellingen van wetenschappelijke excellentie en territoriale cohesie op het gebied van O&O&I zijn niet onverenigbaar. Het verbreden van de deelname aan het volgende kaderprogramma voor onderzoek en innovatie door prioriteit te geven aan een plaatsgebonden aanpak die regio's die minder geavanceerd zijn op het gebied van O&O-amp;I in staat stelt aan boord te komen, versterkt uiteindelijk de Europese Onderzoeksruimte in het algemeen en het mondiale concurrentievermogen van de EU. Regio’s en steden zijn in dit verband belangrijke katalysatoren.”   

Achtergrond:   

  • De Europese instellingen moeten uiterlijk eind 2026 overeenstemming bereiken over het volgende KP10. In 2027 zal de Europese Commissie het kaderprogramma opstellen, dat in 2028 in werking zal treden en tot 2036 zal duren.  
  • In het verslag van Enrico Letta over de eengemaakte markt, dat in april 2024 is gepubliceerd, wordt voorgesteld een vijfde pijler in het leven te roepen: onderzoek en innovatie. 
  • Het verslag van de groep op hoog niveauover de tussentijdse evaluatie van Horizon Europa zal eind 2024 worden gepubliceerd. Het beoogt een onafhankelijk en extern perspectief te bieden op de evaluatie van het kaderprogramma. De deskundigengroep zal strategische aanbevelingen opstellen om het effect van de onderzoeks- en innovatieprogramma's van de EU te maximaliseren.  

Contact